• Longread: Zorgen voor goede huisvesting voor mensen die hulp nodig hebben

Zorgen voor goede huisvesting voor mensen die hulp nodig hebben

Deze longread staat in het teken van het thema wonen en zorg. U leest hoe gemeenten, zorginstellingen, woningcorporaties, investeerders en particuliere initiatiefnemers samenwerken om ervoor te zorgen dat ouderen langer thuis kunnen wonen. Hoe mensen uit begeleid wonen en de maatschappelijke opvang goede huisvesting en passende ondersteuning krijgen. En hoe huurdersverenigingen daarop invloed kunnen uitoefenen.

Het thema wonen en zorg wordt steeds belangrijker. De Nederlandse bevolking vergrijst. De gemiddelde leeftijd van één op de vier huishoudens is nu ouder dan 65 jaar. In 2040 geldt dit al voor twee op de vijf huishoudens. Bovendien verwachten we dat het aantal 75-plus huishoudens sterk toeneemt. Van 12% in 2016 naar 22% in 2040. Vooral deze groep ouderen heeft meer ondersteuning nodig.

Ouderen wonen vaker zelfstandig. Dat kan omdat ze zelfredzamer zijn. Ook verbeteringen in de zorg en technologie maken dit mogelijk. Ouderen kunnen zich goed aanpassen aan deze trend, zo blijkt uit de Monitor Investeren in de Toekomst (MIT, 2017). Naast nieuwbouw en transformatie, is het dan ook goed om te investeren in aanpassingen in de woning. In deze longread leest u over de ervaringen met collectieve aanpassingen in Den Haag.

Het is nog niet bekend hoe groot de vraag is naar tussenvormen: woonvormen voor ouderen die niet meer thuis kunnen wonen, maar nog te zelfstandig zijn voor een verpleeghuis. Er komen wel steeds meer initiatieven van de grond. De Leyhoeve in Tilburg is hiervan een goed voorbeeld. En het particuliere Hof van Sliedrecht.

Een kleinere groep die nu meer een beroep doet op de woningmarkt doet zijn mensen uit de maatschappelijke opvang en zorginstellingen. Voor hen zijn vooral betaalbare woningen en voldoende ondersteuning belangrijk. In deze longread besteden we aandacht aan een aantal mooie en vernieuwende initiatieven, zoals het landelijke Actieprogramma 'Weer Thuis' en de gemengd wonenprojecten in Utrecht.

Wij hopen dat ze u inspireren!

Efficiënt gebruik Wmo-gelden voor levensloop bestendig maken Haagse flats

In Den Haag zijn 58 woongebouwen aangepast met collectieve Wmo-voorzieningen. Opgehoogde galerijen, automatische deuropeners en brandveilige parkeerplaatsen voor scootmobielen helpen ouderen langer zelfstandig thuis te wonen. Dit is het resultaat van unieke samenwerking tussen de gemeente Den Haag en drie corporaties.

Deze samenwerking werd onlangs feestelijk gevierd in het bijzijn van de drie deelnemende corporaties en bewoners van de Haagse Dr. H.E. Van Gelderlaan. Zij kregen een opgehoogde galerij. Daardoor zijn de woningen makkelijker bereikbaar voor mensen die afhankelijk zijn van een rollator of scootmobiel.

Wethouder Karsten Klein opende de bijeenkomst. Hij vertelde dat de collectieve woningaanpassingen goed in het beleid passen om ouderen zo lang mogelijk zelfstandig thuis te laten wonen.

'Het is een uniek initiatief. Nog niet eerder werkten de corporaties en de gemeente zo nauw samen om gebouwen via de Wmo in één keer zo grootschalig en collectief aan te pakken.'

Het idee voor collectieve Wmo-voorzieningen ontstond een jaar geleden. Jurriaan van der Meijden van de gemeentelijke dienst OCW: 'Collectieve Wmo-voorzieningen zijn interessant, omdat je ze in een keer aanbrengt voor een hele galerij of een heel woongebouw. De aannemer hoeft dus veel minder vaak langs te komen om individuele voorzieningen aan te brengen. Vaak ziet het er beter uit en is het goedkoper. Daardoor houden we meer geld over voor individuele voorzieningen.'

Plannen met voorstellen

'Haagse corporaties ontvingen een brief van ons met de vraag of ze geïnteresseerd zijn in het aanbrengen van collectieve voorzieningen in gemeenschappelijke ruimtes van gebouwen waar veel ouderen wonen. De corporaties konden vervolgens een plan bij ons indienen om gebouwen levensloop bestendiger te maken. In totaal hebben we in 58 gebouwen voor een kleine € 800.000 voorzieningen aangebracht.'

Mooie werkverdeling

Drie corporaties maakten gebruik van het aanbod: Staedion, Vestia en Haag Wonen. Financieel bestuurder Ria Koppen van Haag Wonen: ’De gemeente investeert in Wmo-voorzieningen, en wij zorgen voor een goede bouwkundige uitvoering. Het is een mooie manier van samenwerken om ervaring op te doen met collectieve aanpassingen, een nieuw fenomeen.’

Zo doet Haag Wonen vooral ervaring op met verhoogde galerijen. Staedion bracht automatische deuropeners aan en Vestia experimenteert met brandveilige parkeerplaatsen voor scootmobiels. In 11 appartementen kunnen bewoners de scootmobiel veilig buiten zetten in een stalling met slot, of op de galerij met een brandveilige hoes erom heen.

Ervaring opdoen

Jeroen Mennink van Vestia: 'Het is belangrijk om te ondervinden wat wel en niet werkt als het gaat om onze maatregelen voor het levensloop bestendig maken van woningen. Dus zijn die brandveilige hoezen bijvoorbeeld handig in gebruik? Rollen de rolstoelen en rollators goed over de gang? Of is het beter ander materiaal te gebruiken? Maar minstens zo belangrijk: wat vinden onze bewoners van de aanpassingen?'

Rolstoelgebruiker Morgan Borgmeijer is het daarmee van harte eens. Hij is blij met de verhoogde galerij in het appartementengebouw op de Dr. H.E. Van Gelderlaan. 'Hiervoor had ik een plank voor de deur. Dat werkte ook, maar dit is fijner. Hoe het in de praktijk gaat, zullen we zien.' Hij voegt eraan toe:

'Ik vind het belangrijk dat de corporatie daarover goed met mij communiceert. Niet iedereen is namelijk gelijk.'

Medebewoonster Marjan van Egmond vindt dat de gang er netjes uit ziet. Ze is benieuwd of er nog meer collectieve aanpassingen komen. 'Ik ben 60, en kan me nog niet echt voorstellen hoe het is om slecht ter been te zijn. Maar zo’n opgehoogde gang lijkt me goed. Brandveilige parkeerplaatsen voor scootmobielen lijken mij ook prima. En iets om makkelijk op je balkon te komen. Maar ik sluit me bij Morgan aan. Laten we samen met de corporatie kijken wat nodig is. Daarnaast blijven individuele aanpassingen ook nodig. Niet iedereen is hetzelfde.'

Meer doen

De gemeente Den Haag wil vaker bijdragen aan collectieve Wmo-voorzieningen. Zo besluit Jurriaan van der Meijden: 'Waarschijnlijk gaan we hiervoor een deel van het budget voor woningaanpassingen reserveren. Daarbij onderzoeken we hoe we, naast gebouwen van corporaties, ook bezit van VvE's levensloop bestendiger kunnen maken.'

 

Huurdersvereniging ‘Ons Belang’ Lelystad: ’Vooral meedoen’

Hoe je als huurdersvereniging het maximale haalt uit de prestatieafspraken met de gemeente en corporatie? Meteen zeggen dat je niet alleen wilt meedenken, maar vooral ook mee wilt doen. Zeker als het gaat om het opvangen van kwetsbare mensen. Dat is de ervaring van Laurens Meerten, bestuurslid van de Huurdersvereniging ‘Ons Belang’ in Lelystad.

Lelystad heeft een goed woningaanbod. Er zijn geen lange wachtlijsten. Op dit moment is het dan ook geen groot probleem om kwetsbare mensen te huisvesten. Maar het aantal mensen dat zorg nodig heeft, neemt wel toe. Daarom is Wonen, Welzijn en Zorg een belangrijk hoofdstuk in de prestatieafspraken 2018 van de gemeente Lelystad, Huurdersvereniging 'Ons Belang' en Centrada, de grootste corporatie in Lelystad.

Actievere rol voor de gemeente

‘De eerste prestatieafspraken, die we voor 2017 hebben gemaakt, waren nog aardig wollig geformuleerd. In de trant van: "We gaan dit nog nader bestuderen …" en “…wellicht interessant voor de toekomst."'

'In 2018 wilden we meer bereiken. Het moest concreter, en gestructureerder. Dat is uiteindelijk goed gelukt.’

De gemeente moest er wel aan wennen. ‘Lelystad had op het gebied van zorg en welzijn een faciliterende rol. Denk aan het bestemmen van woningen voor kwetsbare mensen. De uitvoering was echter helemaal in handen van corporaties en zorg- en welzijnsorganisaties. Wij vonden dat de gemeente zich actiever kon profileren door de regierol op zich te nemen. Bij de huisvesting en begeleiding van kwetsbare mensen zijn soms wel 7 partijen betrokken. Het is fijn dat de gemeente nu kan zeggen hoe ze het wil hebben als het nodig is, en knopen kan doorhakken.

Over de invulling van die rol hebben we aardig wat gesprekken gevoerd. Maar het was de moeite waard. Het mooie is dat alle partijen dat nu ook vinden.’

Glasheldere afspraken

De regierol van de gemeente komt onder meer mooi tot uiting in de begeleiding van mensen die vanuit een zorginstelling in de wijk zijn gaan wonen. ‘Deze mensen kregen soms te weinig begeleiding. Daar hadden zij en hun omgeving wel eens last van. Omwonenden klopten bij ons aan om te vragen of er iets aan de overlast kon worden gedaan. Dat was moeilijk, omdat de corporatie naar de zorgverleners verwees en andersom. Dat schoot niet op, iemand moet hier verantwoordelijk voor zijn. Wij hebben ons sterk gemaakt voor glasheldere afspraken in de keten, en die zijn er ook gekomen. Op basis van de afspraken heeft de corporatie een convenant gesloten met maatschappelijke organisaties. In deze ketenaanpak is duidelijk welke instantie waar en wanneer betrokken is en wanneer bestuurlijke opschaling nodig is. De gemeente ziet erop toe dat partijen zich hieraan houden.’

Betrokken bewoners

Een ander belangrijk punt was een goed inzicht in de vraag en het aanbod van woningen voor kwetsbare mensen. Op basis daarvan is onder meer afgesproken dat Centrada 6% van de jaarlijks vrijkomende woningen beschikbaar stelt aan mensen uit de maatschappelijke opvang of (jeugd)GGZ. Daarnaast worden 700 huizen voorzien van maatregelen die ouderen in staat stellen langer thuis te wonen. De aanpassingen worden nu ook in overleg met de bewoners vastgesteld en aangebracht. De betrokkenheid van bewoners komt ook tot uiting in de patiëntenverenigingen die met de gemeente, corporatie en huurdersvereniging hebben meegedacht. Patiëntenverenigingen hebben veel meerwaarde:

'Patiëntverenigingen weten als geen ander wat er nodig is.'

'Dus toen een huurder, die tevens lid was van zo’n vereniging, bij mij aanklopte en de suggestie deed om patiëntverenigingen te betrekken bij de prestatieafspraken, hebben we een bijeenkomst georganiseerd. Alle zorgpartijen en patiëntenverenigingen waren daarbij uitgenodigd.

Bijna iedereen was aanwezig, hoewel de bijeenkomst vlak na de zomervakantie was gepland. 'Tijdens die bijeenkomst hebben we dan ook afgesproken om voor de invulling van de uitvoeringsmaatregelen, zoals woningaanpassingen, meer themabijeenkomsten rondom wonen en zorg te organiseren.’

Commitment

Wat heeft Huurdersvereniging ‘Ons Belang’ moeten doen om dit voor elkaar te krijgen? ‘We hebben in de eerste bijeenkomst van de prestatieafspraken al gezegd dat we niet alleen willen meepraten, maar ook onze verantwoordelijkheid willen nemen in de uitvoering. Met plannen van aanpak, coördinatie en uitvoering van activiteiten. In de prestatieafspraken zijn acties op hoofdlijnen beschreven. In de uitvoeringsnota, die we nu samen met Centrada gaan opstellen, beschrijven we precies wie wanneer wat doet. Deze betrokkenheid wordt gewaardeerd.

Mijn advies aan andere huurdersverenigingen is om dit ook zo aan te pakken. Het is wel belangrijk om goed na te gaan wat je als huurdersvereniging kunt realiseren. Het kost namelijk veel tijd.

Alleen al met de prestatieafspraken en wat daar allemaal aan vastzit ben ik 15 à 20 uur per week bezig geweest: vergaderingen, schrijven, veel lezen en reageren. Ook de uitvoering en het betrekken van de bewonerscommissies is intensief.’

Actieprogramma Weer Thuis: slim samenwerken voor een duurzame toekomst voor kwetsbare mensen

In acht regio's werken gemeenten, corporaties, Leger des Heils, Federatie Opvang, RIBW Alliantie en GGZ Nederland samen om mensen sneller uit de maatschappelijke opvang of beschermd wonen te laten doorstromen. Inzet: een woning waar ze zich prettig in voelen, met de juiste begeleiding. Het is voor het eerst dat dit op zo’n grote schaal en met zoveel partijen gebeurt.

Een quick scan van de Federatie Opvang en het Leger des Heils schat in dat er 10.000 extra woningen nodig zijn om mensen uit de maatschappelijke opvang en beschermd wonen de stap te laten maken naar een zelfstandiger, passende woonvorm. Het wegwerken van de wachtlijsten uit de voorzieningen was de aanleiding voor dit actieprogramma.

Het Actieprogramma Weer Thuis wil zoveel mogelijk aansluiten op de regio’s om samen passende oplossingen te zoeken voor een goed woningaanbod en voldoende begeleiding van de uitstromers. 

Daarvoor moet veel gebeuren. De projectleider van het Actieprogramma zit in acht regio’s aan tafel om duurzame bestuurlijke afspraken te maken. Dat doet hij met de bestuurlijke driehoek: wethouder, de bestuurder van de corporatie en de bestuurder van de zorgaanbieder. De partners maken met partijen in de regio een inventarisatie van de in- en uitstroom uit de maatschappelijke opvang en het beschermd wonen, de gewenste ondersteuning en het gewenste woningaanbod. Het actieprogramma faciliteert dit en helpt deelnemers bij het maken van afspraken en het aanbrengen van structuur.

'Het is voor het eerst dat we zo gestructureerd bezig zijn', zegt Jeroen Hoogteijling, bestuurssecretaris van het Leger des Heils en lid van de stuurgroep van Actieprogramma Weer Thuis. 'Ad hoc-werk heeft nu plaatsgemaakt voor een planmatige aanpak van de uitstroom van dak- en thuisloze mensen vanuit de opvang naar een eigen plek in de wijk. En de benodigde ondersteuning voor deze mensen om duurzaam te kunnen deelnemen aan de samenleving.'

Hoe wil je wonen?

Daar komt aardig wat bij kijken. 'Om te beginnen is het belangrijk te weten hoe mensen uit de opvang willen wonen. Een eengezinswoning aanbieden is leuk, maar dit sluit lang niet altijd aan bij de behoefte. Mensen weten zich soms geen raad met al die ruimte. Met als gevolg dat ze zich afsluiten, en verpieteren in hun woning. Deze mensen zijn vaak beter geholpen met een klein appartement. Daarom pleiten we in het Actieprogramma voor meer 1 of 2-kamerwoningen van 25 tot 50 vierkante meter. Door met andere ogen te kijken naar huisvesting, kunnen nieuwe aanpakken ontstaan. Denk aan het ombouwen van een leeg kantoorpand tot kleine appartementen (microwoningen).

Zo’n oplossing kan een mooie bijdrage leveren aan het tekort op de woningmarkt voor deze doelgroepen. Naar zulke creatieve invalshoeken zijn de regio’s nu op zoek.’

Goede begeleiding

Maar daarmee zijn we er nog niet. Stenen zijn belangrijk, maar de randvoorwaarden moeten ook in orde zijn:

'Het is heel belangrijk dat mensen uit de maatschappelijke opvang en beschermd wonen goede begeleiding krijgen.'

'De problemen waar ze mee kampen vragen vaak om intensievere en langduriger ondersteuning dan het wijkteam kan leveren. Een groot obstakel is de schuldenproblematiek, die veel mensen uit de opvang en beschermd wonen met zich mee torsen. Een goed schuldhulpverleningstraject is dan ook een van de belangrijkste voorwaarden voor een eigen plek. Want als je schulden hebt en je krijgt een eigen woning, is de kans aanwezig dat je de huur niet kunt betalen en weer op straat en in de opvang terechtkomt. Daarnaast zijn draagvlak in de wijk en goede begeleiding nodig om overlast te voorkomen.

Dit geeft aan dat er veel te winnen is als je als gemeente slim samenwerkt met corporaties en zorgorganisaties die deze doelgroep goed kennen. Het Actieprogramma Weer Thuis biedt daarvoor een goed kader. De komende weken hopen we spijkers met koppen te slaan, op bestuurlijk en ambtelijk niveau, en deze afspraken begin volgend jaar vast te leggen in convenanten.’

Wat gebeurt er in de regio?

“Slimmer samenwerken” is uiteindelijk een abstracte opgave, zegt projectleider Erwin van Leeuwen. ‘Maar we hebben het wel degelijk over concrete zaken. Enkele regio’s hebben al een aantal mooie oplossingen bedacht.’

Van Leeuwen noemt vijf goede voorbeelden:

1. De regio Groningen is januari 2018 van plan een convenant te tekenen voor snellere uitstroom in de hele regio.

2. In Den Haag zijn de knelpunten van de huidige uitstroom uit de maatschappelijke opvang en begeleid wonen in kaart gebracht. Dat gebeurde aan de hand van een klantreis. Door de knelpunten op te lossen, zal de toekomstige uitstroom sneller en beter verlopen.

3. In de regio Nijmegen tekenden twee corporaties en één zorgpartij al een samenwerkingsovereenkomst. Belangrijk onderdeel daarvan is de gezamenlijke cursus rondom slim samenwerken in de wijk. Dat kan bijvoorbeeld toekomstige overlast voorkomen.

4. In Haarlem maken de samenwerkingspartners een diepgaande analyse van de belemmeringen van de uitstroom. De analyse richt zich zowel op de inkomenspositie van uitstromers als het voorkomen van toekomstige schulden.

5. In de Hoekse Waard zijn de Buurtcirkels van Pameijer actief. Dit sociale netwerk is erg waardevol voor veel mensen die uit de maatschappelijke opvang en begeleid wonen komen.

De beste woonomgeving voor kwetsbare mensen: ervaringen in Utrecht

De beste begeleiding en de beste passende huisvesting voor kwetsbare mensen uit de maatschappelijke opvang en begeleid wonen. In hun eigen buurt. Hoe organiseer je dat? De gemeente Utrecht heeft goede ervaringen opgedaan met verschillende wooninitiatieven. De stad trekt samen op met de zestien regiogemeenten. De leidende principes zijn onlangs via de regiovisie aan de gemeenteraden voorgelegd. Wethouder Kees Diepeveen en beleidsadviseur Willem Smid vertellen wat dat betekent.

Het is een beweging die overal in het land plaatsvindt nadat de commissie-Dannenberg een rapport schreef over de huisvesting van mensen met psychiatrische en sociaal-maatschappelijke problemen. De belangrijkste conclusie is dat deze mensen hun zelfstandigheid vaker kunnen behouden als er thuis sneller passende ondersteuning beschikbaar is. Om dit te bereiken, moeten gemeenten samen met andere partijen onder meer nieuwe betaalbare woningen regelen. Bij voorkeur in de buurt waar ze vandaan komen.

Diepeveen: ‘Om passende huisvesting en begeleiding in de buurt te vinden, is het belangrijk dat de stad Utrecht als centrumgemeente en de regiogemeenten goed samenwerken en hierop dezelfde visie hebben. Wij vinden het belangrijk dat kwetsbare mensen zo snel mogelijk een woning krijgen wanneer ze eraan toe zijn. Maar niet anoniem in een pand met wat professionele hulp erom heen:

'Kwetsbare mensen kunnen sterker worden als ze echt deel uitmaken van de wijk.’

Pitstops

Diepeveen zegt dat je dit op veel manieren kunt organiseren. In de regiogemeenten kunnen kwetsbare mensen bijvoorbeeld terecht bij de zogenoemde Pitstops van het Leger des Heils. Dit zijn kleinschalige woonvormen voor drie tot acht personen in een gewoon huis, waar ook een aantal mensen woont die geen begeleiding nodig hebben. Zij zijn vrijwilliger, bijvoorbeeld bij het Leger des Heils.

Housing First en gemengd wonen

De gemeente Utrecht heeft ervaring met het begeleiden van kwetsbare mensen naar zelfstandigheid in combinatie met weer wonen in de wijk. Beleidsadviseur Willem Smid: ‘Een voorbeeld daarvan is Housing First. Individueel begeleid wonen voor dak- en thuisloze mensen met meervoudige complexe psycho-sociale problematiek. Deze mensen krijgen een woning aangeboden in combinatie met intensieve begeleiding.’

Een ander bijzonder initiatief is gemengd wonen. Utrecht heeft verschillende panden, waarin huurders van corporaties samenleven met huurders van De Tussenvoorziening. Een organisatie die kwetsbare mensen opvangt en begeleidt naar een zelfstandig leven. De eerste jaren voert de zorginstelling de regie in deze panden, maar dit wordt geleidelijk afgebouwd naar een volledig zelfstandige woonvorm.

Wethouder Diepeveen is hier enthousiast over. ‘We doen steeds meer ervaring op met deze bijzondere woonvorm, met verschillende wooncorporaties en zorgorganisaties. Het werkt heel goed. Onlangs is het project Place2BU van start gegaan, en binnenkort opent De Nieuwe Eik. Mooie projecten die laten zien dat kwetsbare mensen heel goed kunnen samenleven met mensen die sterk in het leven staan. Onderlinge verschillen vallen weg, zo horen we van hen.’

Buurt activeren

Niet iedereen heeft deze intensieve begeleiding nodig. Smid: ‘Mensen die slechts een zetje in de rug nodig hebben, kunnen rekenen op lichte ondersteuning van het buurtteam. Denk aan ondersteuning bij het beheer van financiën, zoeken naar werk en zinvolle dagbesteding en contacten leggen in de wijk. Voordat deze mensen een woning krijgen, zorgt de instelling waar ze vandaan komen voor een goede overdracht aan het buurtteam. In het huurcontract is opgenomen dat de huurder woonbegeleiding accepteert. Gaat het goed met de huurder, dan krijgt hij of zij te zijner tijd een eigen regulier huurcontract.’

Smid stelt dat dit goed werkt, maar er wordt nog wel volop geëxperimenteerd met de manier waarop de buurt hier het best bij betrokken kan worden. ‘We gaan de buurtbewoners sowieso actief informeren over hun nieuwe wijkgenoten, en zoeken aansluiting bij buurtorganisaties en activiteiten.’

Investeer in overleg

De komende tijd gaan de stad en regio Utrecht aan de slag met meer van deze projecten, zodat zoveel mogelijk mensen vanuit een instelling naar begeleid zelfstandig wonen kunnen worden geleid, in hun eigen buurt. Diepeveen heeft er veel vertrouwen in dat dit gaat lukken, dankzij de gelijke inbreng in de visie van alle gemeenten, zorginstellingen, maatschappelijke organisaties, cliënten en ervaringsdeskundigen:

‘Dat is een tip die ik collega-wethouders wil meegeven: investeer in overleg.'

'Bij de huisvesting van kwetsbare mensen zijn veel personen en organisaties betrokken. Gemeenten, wijkteams, GGZ, corporaties en buurtnetwerken: je hebt elkaar nodig om de filosofie van het rapport-Dannenberg succesvol in praktijk te brengen.’

Zicht op vraag en aanbod

De corporaties in de stad Utrecht stellen jaarlijks gemiddeld 240 woningen beschikbaar aan mensen die na een verblijf in de maatschappelijke opvang of beschermd wonen weer toe zijn aan zelfstandig wonen. Instellingen voor maatschappelijke opvang en beschermd wonen dragen cliënten aan bij het Vierde Huis. Deze organisatie brengt deze mensen vervolgens in contact met een corporatie die een woning voor hen heeft. De gemeente monitort vraag en aanbod aan de hand van een boven- en een ondergrens. Corporaties geven aan hoeveel woningen ze minimaal willen opleveren (ondergrens), en hoeveel huizen ze hopen op te leveren (bovengrens). Het aantal aanvragen voor een woning in het voorgaande jaar is bepalend voor de bovengrens. De ondergrens wordt bepaald door het aantal daadwerkelijk aantal opgeleverde huizen. 

Gemengd wonen in Utrecht: 'Blij om iets voor een ander te doen'

In Utrecht leven mensen uit de maatschappelijke opvang en begeleid wonen, statushouders en reguliere huurders samen in wooncomplexen. Deze bijzondere woonvormen zijn het resultaat van een samenwerking tussen de corporaties en Stichting De Tussenvoorziening, een organisatie voor maatschappelijke opvang. Iedereen mag er wonen, op voorwaarde dat elke huurder een bijdrage levert aan een prettige leefomgeving. Dat gaat prima, maar niet vanzelf. Kay Neven, manager Wonen en Begeleiding van De Tussenvoorziening, vertelt wat daarvoor nodig is.

De klassieke procedure voor huisvesting van dakloze mensen is dat ze na een verblijf in een opvangvoorziening terechtkomen in een groepswoning. 'Denk aan een pand met tien slaapkamers, waar je het moet zien te rooien. In de groepsopvang leer je op eigen benen te staan en je plek te vinden in de maatschappij. Daarna wordt je aangemeld bij de corporatie voor definitieve huisvesting. Dit is lang niet voor iedereen de ideale route. Want voordat je als ex-dakloze dan een eigen woning hebt, ben je vaak meermaals verhuisd.' En, voegt Neven eraan toe:

'Als je nog geen eigen plek hebt, ben je niet geneigd te investeren in je buren en je buurt.'

'Daarom zijn we blij met het concept van gemengd zelfstandig wonen, waarmee we nu dertien jaar ervaring hebben.’

Afspraken over bijdrage

De sociale omgang wordt vooral onderling - in het wooncomplex - geregeld. Reguliere huurders, statushouders en ex-daklozen zijn zelf verantwoordelijk voor een fijn woon- en leefklimaat.

‘Dat betekent niet dat we zeggen: "Ga maar bij elkaar zitten en maak er wat moois van." Wij voeren ballotage-gesprekken met alle huurders. Daarin vertellen we ook dat er een bijdrage wordt verwacht aan een prettig woon- en leefklimaat. Dat kan van alles zijn. Zo kun je je eigen kennis inzetten voor een medebewoner. Als financieel maatje bijvoorbeeld. Of meedoen aan een commissie die activiteiten organiseert, helpen met schoonmaken. Het is belangrijk om afspraken te maken over deze bijdragen. Wij organiseren dat.

Daarnaast hebben we afspraken voor de dagelijkse omgang. Binnen een maand ken je iedereen bij naam. Je groet elkaar als je elkaar tegenkomt en je kijkt elkaar aan. In een aantal complexen is het bouwproces hierop afgestemd. Er is 1 centrale in- en uitgang en er is 1 lift. Zo kom je elkaar vaak tegen.'

Geen wachttijd

In ruil voor hun inzet, is er geen wachttijd voor reguliere huurders. De afspraken over het leveren van een bijdrage aan het begin zijn een goede basis. Maar je moet elkaar als organisaties wel blijven vasthouden, stelt Neven. ‘Daarom is er een maandelijks afstemmingsoverleg tussen de voorzitter en een aantal leden van de woonvereniging, de begeleider van De Tussenvoorziening en de sociaal beheerder van de corporatie. En de woonvereniging neemt ook deel aan de ballotage-gesprekken. Bewoners kiezen medebewoners.'

Veel animo

Onlangs is een onderzoek afgerond naar ervaringen van huurders. Alle huurders zijn enthousiast. Vooral het persoonlijke samenleven scoort hoog. De huurders zijn blij dat ze uit de anonimiteit zijn. 

Vanwege de goede resultaten en hun maatschappelijke verantwoordelijkheid, zijn de corporaties ook tevreden over deze woonvormen.

Leegstaande gebouwen kunnen vaak worden getransformeerd tot geschikte woonruimten. 'Zo was het Majella-gebouw aanvankelijk bestemd voor sloop/nieuwbouw. Daar was echter onvoldoende geld voor. Toen er werd besloten om de appartementen voor de komende 15 jaar te renoveren, ontstonden ineens prachtige kansen voor een gemengd wonen project. Voor mensen uit de maatschappelijke opvang is het belangrijk dat de woonomgeving betaalbaar en overzichtelijk is. Het Majella-gebouw is hier prima voor geschikt.'

Majella Wonen wint innovatieprijs

Majella Wonen heeft onlangs de innovatieprijs i-Opener gewonnen. Het project is bekroond als het meest innovatieve project rondom het thema wonen & zorg.

i-Opener is een prijsvraag voor innovatieve projecten van coirporaties. Het is een initiatief van Aedes en KWH. Volgens de vakjury is Majella Wonen een inspirerend project, waarin de verschillende groepen bewoners een community vormen. Zo draagt Majella Wonen bij aan de inclusieve samenleving. 

Majella Wonen winnaar innovatieprijs i-Opener

Hof van Sliedrecht: de zekerheid van een leven lang wonen in je eigen huis

Het is een wens van veel ouderen. Zelfstandig wonen met alle faciliteiten in huis, zodat ze niet hoeven te verhuizen als het niet meer gaat. In de serviceflat Hof van Sliedrecht kunnen senioren hun hele leven lang blijven wonen.

Eigenaar van Hof van Sliedrecht is de Stichting Residenties Drechtstreek. De appartementen vallen onder de particuliere huursector.

Kwalitatief hoogwaardig leven

De stichting is in de jaren zestig opgericht door een wethouder die de woonsituatie van ouderen wilde verbeteren. Residenties Drechtstreek exploiteert nu bijna 200 senioren-appartementen in Sliedrecht, verdeeld over Residentie Sleijeborg en Hof van Sliedrecht. Doel is ouderen in staat stellen een kwalitatief hoogwaardig leven te leiden.

Directeur Geert Tieman: ‘Voor veel ouderen is het een uitdaging om thuis te blijven wonen. De hulp via de Wmo is vaak niet toereikend, waardoor bijvoorbeeld veel klusjes thuis blijven liggen en de tuin vol met onkruid staat. Kinderen zijn druk, lopen gaat moeilijk, en je kunt niet altijd aan de buurvrouw vragen om boodschappen te doen. Veel ouderen zijn eenzaam en maken zich zorgen hoe het later moet, als ze nog meer ondersteuning nodig hebben. Een verhuizing hangt als een zwaard van Damocles boven hun hoofd. Die zorg willen wij wegnemen.’

Wat willen ouderen?

In Hof van Sliedrecht wonen veel kwetsbare ouderen. Ze zijn vaak aangewezen op voorzieningen in hun directe omgeving. Drie jaar geleden is de oude serviceflat hierop aangepast.

Tieman: ‘Met het oude pand was bouwtechnisch niet zoveel mis. Het zag er wel wat gedateerd uit. Ook voldeed een aantal aanpassingen niet meer. Zo waren de deuren van de douches te smal. Toen we besloten het pand te renoveren, grepen we de gelegenheid aan om een onderzoek uit te voeren naar de wensen van de bewoners.

Vijf thema’s sprongen eruit: zelfstandigheid, zorg, comfort, veiligheid en gezelligheid.

Op basis van deze kernwaarden bedachten we een nieuw woonconcept. Dat omvat veel meer dan alleen comfortabele en gelijkvloerse appartementen.’

Woonconcept

In Hof van Sliedrecht is een verpleegster 24/7 aanwezig om zorg te leveren. Daarnaast biedt Residenties Drechtsteden ook minder intensieve ondersteuning, zoals huishoudelijke hulp en persoonlijke verzorging. Bewoners kunnen bijvoorbeeld een afspraak maken met de interieurverzorgster, de kapsalon, schoonheidsspecialiste en mini-supermarkt. Allemaal in eigen huis aanwezig. De koks zorgen voor goede en gezonde maaltijden. Gezelligheid wordt geboden in de bibliotheek, hobbykamers en recreatieruimten, met allerlei activiteiten zoals bridgen, filmvoorstellingen en handwerken. De tuin is voorzien van bankjes en een jeu-de-boules-baan. De receptie zorgt voor 24/7-veiligheid, inclusief camerabewaking.

Het aanbod van diensten is flexibel af te nemen. 

‘Onze bewoners moeten niets. Ze kiezen wat ze nodig hebben. Is er tijdelijk meer zorg nodig, of voor altijd? Dan kunnen wij dat meteen regelen. Gewoon in het eigen appartement. Dat geeft veel rust. Bij ons heb je de zekerheid dat je je leven lang goed kunt wonen.’

Financieel

De bewoners van Hof van Sliedrecht betalen gemiddeld 1.650 euro per maand. Daarin zijn stroom, water, bewaking, maaltijden en activiteiten inbegrepen. De zorgverzekeraar betaalt de zorgkosten. Volgens Tieman kan zo’n 40% van alle 75-plussers dit permitteren. Na overijden van een huurder, hanteert Hof van Sliedrecht één maand opzegtermijn. Daarna zijn er geen verplichtingen meer voor de nabestaanden.

Colofon

Deze longread is gemaakt in opdracht van het ministerie van BZK.

Fotografie: Riesjard Schropp
Tekst: EMMA, Den Haag.
Vormgeving: Ontwerpwerk, Den Haag